De zorg voor onze leerlingen

 

De aanmelding en opvang van nieuwe leerlingen in de school

Bijna 4-jarigen kunnen aangemeld worden op de jaarlijkse open dag of gedurende het verdere schooljaar via de mail of telefoon. Bij aanmelding krijgt u een intakeformulier mee en een recente schoolgids. We verzoeken u het intakeformulier tijdig, ingevuld, in te leveren bij de leerkracht van groep 1. Eventuele aandachtspunten (bijv. medicijngebruik, niet zindelijk zijn e.d.) kunnen dan vroegtijdig worden besproken. Voor de 4e verjaardag wordt het kind uitgenodigd om 5 x een dagdeel te komen wennen in de groep. U krijgt dan het officiële inschrijfformulier mee. Op de verjaardag zelf mag uw kind nog lekker een dagje thuisblijven. Daarna is hij/zij iedere dag welkom in de groep.

Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in school

Vanaf het begin van de schoolloopbaan van uw kind op onze school houden wij een leerlingvolgsysteem bij. Alle gegevens van het kind, zoals belangrijke persoonsgegevens, alle toetsuitslagen, verslagen van oudergesprekken, van speciale onderzoeken of observaties en eventuele andere relevante gegevens, worden opgeslagen in ons administratiesysteem Parnassys. Na iedere toetsperiode houdt onze intern begeleider groepsbesprekingen met de leerkrachten. Er worden groepsplannen opgesteld, die zowel de individuele leerling als de groep als geheel ten goede komen. Op deze manier spelen wij optimaal in op de (extra) onderwijsbehoeften van ieder kind.

Sinds het voorjaar van 2014 zijn ouders aangesloten op het Ouderportaal van Parnassys. Middels een persoonlijke inlogcode en een wachtwoord kunt u hiermee belangrijke (toets) gegevens van uw kind volgen.

Zien! en Leerlijnen Jonge Kind in groep 1 en 2

Om een vloeiende overgang van de voor- en vroegschoolse educatie naar de schoolse situatie te garanderen wordt op De Bron gewerkt met de beheersingsdoelen van de Stichting Leerplan Ontwikkeling. De SLO heeft in kaart gebracht wat kinderen aan het begin van groep 1 en aan het eind van groep 2 bereikt moeten hebben om uiteindelijk met vertrouwen te kunnen starten in groep 3. Deze doelen zijn leidend voor ons onderwijs in de onderbouw.

Om een goede start in groep 3 mogelijk te maken richt het onderwijsaanbod in groep 1 en 2 zich op de volgende ontwikkelingsgebieden:

–       Sociaal-emotioneel functioneren

–       Spelontwikkeling

–       Motorische ontwikkeling

–       Taalontwikkeling (inclusief beginnende geletterdheid)

–       Beginnende gecijferdheid

In groep 1 en 2 observeren we de ontwikkeling van onze leerlingen met de observatiesystemen ‘ZIEN!’ en ‘Leerlijnen Jonge Kind’. Met behulp van ‘ZIEN!’ observeert de leerkracht de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind en met name of aan de basisbehoeften welbevinden en betrokkenheid wordt voldaan. Pas dan kan een kind zich optimaal ontwikkelen. Het observatiesysteem ‘Leerlijnen Jonge Kind’ richt zich op: motoriek, spel , taal en beginnende gecijferdheid. De leerlingen krijgen twee keer per jaar een rapport mee naar huis, in januari/februari en in juni/juli.

De kinderen van groep 1 en 2 maken ook Cito-toetsen: Rekenen voor kleuters en Taal voor kleuters.

Het leerlingvolgsysteem Parnassys

Vanaf groep 1 houden wij de vorderingen van onze leerlingen bij met landelijk genormeerde CITO- toetsen. De registratie van de toetsuitslagen vindt plaats in het leerlingvolgsysteem van Parnassys. Zo houden wij in de gaten of leerlingen een stijgende of een dalende ontwikkeling doormaken. Ook kunnen wij de prestaties van onze leerlingen vergelijken met de resultaten van andere scholen op ons eiland of uit het hele land. De resultaten van de Cito-toetsen worden uitgedrukt in een aanduiding A t/m E en/of I t/m V. De verdeling van de niveaus is als volgt:

A+= zeer goed  –

A= goed- ruim boven het landelijk gemiddelde ( 25%)                            I =  (zeer) goed (20% hoogst scorende leerlingen)

B = voldoende   –  rond het landelijk gemiddelde (25%)                         II=   ruim voldoende (20% boven het landelijk gemiddelde)

C = matig – (net) onder het landelijk gemiddelde (25%)                       III=   voldoende (20% landelijk gemiddelde)

D = onvoldoende  – ruim onder het landelijk gemiddelde (15%)            IV=   onvoldoende (20% onder het landelijk gemiddelde)

E  = zeer zwak – zwakst scorende leerlingen(10%)                                   V=   zeer zwak (20% laagst scorende leerlingen)

 

schema4[1]

Een leerling scoort gemiddeld als hij/zij een B (III) score haalt. Een A (I) score is de hoogste score die behaald kan worden, de E(V)-score de laagste score.

De uitslagen van de toetsen worden met de interne begeleider besproken tijdens de groepsbesprekingen. Maatregelen worden beschreven in groeps- of individuele handelingsplannen. De uitslagen van de CITO- toetsen worden door ons vermeld in de rapporten en in het Ouderportaal.

Hulp aan kinderen die zorg behoeven (onze zorglijn)

De intern begeleider (IB-er) is verantwoordelijk voor de leerlingenzorg binnen de school. De intern begeleider legt hiertoe meerdere malen per jaar klassenconsultaties af. Zij observeert daarbij de leerlingen, maar ook de organisatie en het klassenmanagement in de groepen. Drie maal per jaar houdt zij groepsbesprekingen met alle leerkrachten. Tijdens de groepsbespreking wordt het ontwikkelingsniveau van de kinderen besproken op cognitief, maar ook op sociaal-emotioneel gebied.

Door de groepsleerkrachten worden tweemaal per jaar groeps- of individuele handelingsplannen opgesteld. In deze plannen worden maatregelen beschreven die verbetering van de (toets)resultaten beogen. In de praktijk betekent dit dat leerlingen extra hulp of aanpassingen binnen de klas zullen krijgen. Ook leerlingen die extra moeilijk werk aankunnen worden in het plan opgenomen. Indien nodig kan er medewerking van thuis worden gevraagd door bijv. hulp bij het lezen van boekjes, hulp bij oefenmaterialen voor rekenen enz. Kinderen die intensievere zorg nodig hebben kunnen in beperkte mate in aanmerking komen voor remedial teaching (RT).

Het ondersteuningsprofiel

In ons ondersteuningsprofiel staan de mogelijkheden voor het geven van (extra) zorg op onze school beschreven. De mogelijkheden tot extra zorg en ondersteuning worden in de organisatie van het onderwijs in eerste instantie binnen de groep gezocht. Leerlingen met ernstige stoornissen op het gebied van taal, rekenen, gedrag, gehoor- of het gezichtsvermogen en/of de verstandelijke ontwikkeling kunnen op De Bron dan ook maar beperkt worden begeleid.

Elke aanmelding wordt serieus besproken binnen het team, met als uitgangspunt de ontwikkelmogelijkheden van het kind binnen het onderwijsconcept van onze school, maar we ervaren daarbij duidelijk onze grenzen. Geen van de docenten heeft deskundigheid op het gebied van het begeleiden van leerlingen met een ernstige stoornis. Passend Onderwijs betekent dan ook niet, dat alle leerlingen op onze school de juiste begeleiding kunnen krijgen. Wel hebben we ervaring met de opvangen van kinderen met dyslexie. Ook hebben we ervaring opgedaan met het begeleiden van leerlingen met het syndroom van Down en kinderen met spraak-taalstoornissen en PDD-NOS. Het is sterk afhankelijk van de onderwijsbehoeften van het kind, of wij de juiste zorg kunnen bieden.

Sinds het ontstaan van het begrip ‘rugzakleerling’ zijn enkele leerlingen als zodanig op onze school begeleid. Meerdere rugzakleerlingen in één groep achten wij onwenselijk, tenzij er voldoende onderwijsassistentie kan worden ingezet. Deze keus raakt echter ook aan de financiële grenzen van de school.

 

Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften worden besproken in het schoolondersteuningsteam (SOT). Het SOT bestaat uit de intern begeleider en de groepsleerkracht, aangevuld met directie en/of externe deskundigen. Zij bespreken en besluiten tot het wat, hoe en wanneer van de extra ondersteuning. Mocht de interne extra ondersteuning niet toereikend zijn om aan de onderwijsbehoeften van een leerling te voldoen, dan wordt door het SOT externe hulp ingeschakeld. Het heeft daarbij de beschikking over de orthopedagoge en/of de ambulant begeleider van De Wegwijzer (SBO) en een schoolmaatschappelijk werkster. Indien nodig kan ook de begeleider van de Schoolbegeleidingsdienst worden ingeschakeld of een ambulant begeleider van een van de clusterscholen. In deze fase wordt de leerling ook besproken in het Zorg Advies Team (ZAT) van het samenwerkingsverband. Blijkt de ondersteuning niet toereikend te zijn, dan wordt een beschikking voor het Speciaal Basisonderwijs aangevraagd via het Zorg Advies Team.

Handelingsgericht werken en de instructietafel

Bij handelingsgericht werken differentiëren we op drie niveaus, waarbij zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de onderwijsbehoeften van de leerlingen. Men noemt dit het werken met het directe of effectieve instructiemodel. In de praktijk betekent dit, dat:

– Leerlingen die behoefte hebben aan een verkorte instructie (de A+-leerlingen) na een korte uitleg aan de slag kunnen gaan met hun opdrachten en daardoor ook in staat zijn extra opdrachten te maken.

– Leerlingen die behoefte hebben aan de gewone instructietijd (de basisgroep) deze krijgen van de leerkracht en daarna aan het werk gaan.

– Leerlingen die wat meer moeite hebben met de stof een verlengde instructie krijgen en een begeleide inoefening onder leiding van de leerkracht, bij voorkeur aan de instructietafel.

Aan de instructietafel, wordt de leerstof nog eens stapsgewijs aangeboden en wordt er gezamenlijk geoefend. De opstelling van de instructietafel wordt zo gekozen dat de leerkracht overzicht over de hele groep kan houden.

Remedial Teaching (RT)

Voor sommige kinderen is de zorg die in de groep geboden wordt niet voldoende. Zij hebben bijv. te kampen met zware lees- en/ of spellingsproblemen (dyslexie), rekenproblemen (dyscalculie), of problemen van andere aard. Zonder extra hulp is het klassenprogramma voor hen niet te volgen. Deze leerlingen komen in aanmerking voor remedial teaching. RT wordt in een aparte ruimte gegeven.

Voor deze leerlingen wordt een individueel handelingsplan (HP) opgesteld. In het plan staat beschreven wat de hulpvraag van het kind is en hoe het probleem zal worden aangepakt. Na verloop van tijd wordt het plan geëvalueerd. Indien nodig kan een nieuw plan worden opgesteld. Ook kan gekozen worden voor pre-teaching. De leerstof wordt dan van tevoren aan de desbetreffende leerling uitgelegd. Zo kan hij/zij naderhand de les in de klas beter volgen. De ervaring leert dat dit het zelfvertrouwen van de leerlingen enorm verhoogt.

Aandacht voor meerbegaafde leerlingen

Niet alleen zwakke leerlingen hebben onze zorg nodig. Ook zeer goed presterende (A+) leerlingen verdienen extra aandacht. Zij hebben een stukje uitdaging nodig, anders verliezen zij hun interesse in de leerstof. Wij geven hen dit door hen speciale leerstof (verrijkingsstof) aan te bieden in de vorm van Zonboekjes, Plustaken, Rekentoppers, Somplex of Topklassers wetenschap, Frans of Spaans. Soms mag een leerling in eigen tempo met de leerstof verder gaan. Wanneer blijkt dat een leerling over de hele linie (meer dan) een jaar vooruitloopt in de beheersing van de leerstof kan, na uitgebreid overleg met de ouders, besloten worden het kind een groep hoger te plaatsen. Voorwaarde is dat het kind hier ook sociaal- emotioneel aan toe moet zijn.

Dyslexie

Volgens de landelijk geldende richtlijnen is dyslexie:

‘Een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren van het accuraat en/of vlot toepassen van het lezen en/of spellen op woordniveau’. Daarbij moet er sprake zijn van een grote achterstand met lezen en/of spellen (d.w.z. prestaties op D- of E-niveau) en de problemen met lezen en/of spellen moeten hardnekkig zijn.

Om het laatste criterium te kunnen aantonen moet er gedurende twee periodes van drie maanden intensief en uitgebreid met het kind geoefend zijn. Dit betekent dat er een individueel plan opgesteld wordt, waarin wordt weergegeven op welke wijze er uitbreiding plaats vindt in oefen- en instructietijd. Dit intensieve traject vraagt veel inzet van school en daarnaast wordt er ook een beroep gedaan op ouders om thuis te oefenen. Veel kinderen die meer tijd nodig hebben om de oefenstof te beheersen profiteren van deze aanpak. Soms zelfs zodanig dat de achterstand wordt ingehaald. Kinderen met dyslexie gaan meestal ook wel vooruit, maar lang niet in de verwachte mate. Er is dan sprake van hardnekkigheid.

Voor leerlingen die het dyslexietraject ingaan zijn er drie meetmomenten: aan het begin, tussentijds en aan het eind van het traject. Er worden diverse lees-en spellingtoetsen afgenomen. Op basis van de verzamelde gegevens kan bepaald worden hoe groot het leerrendement is geweest. Verondersteld wordt dat met die intensieve aanpak een leerling minimaal een leerrendement kan halen van 100% (datgene wat gemiddeld wordt gehaald). Bij dyslectische kinderen is dit echter niet het geval.

Soms wordt het intensieve begeleidingstraject nog met een periode verlengd omdat:

  • – Er een tussentijdse opleving lijkt te zijn (dus tegen de verwachting in toch minstens een leerrendement van 100%)
  • – De toetsresultaten niet eenduidig zijn (bv groot verschil tussen soortgelijke toetsen, of grote onderlinge verschillen tussen de drie kaarten van de DMT)
  • – Het handelingsplan niet aan de eisen voldoet (bv de aanpak is niet passend bij de beginsituatie, of er is te weinig uitbreiding van tijd)
  • – Het handelingsplan door omstandigheden niet optimaal is uitgevoerd (bv door ziekte van het kind of de leerkracht)

Om uiteindelijk voor een dyslexieverklaring in aanmerking te komen wordt contact gezocht met de GZ-psycholoog van de schooladviesdienst of, via de zorgverzekeraar van de ouders, met een extern bureau. Indien nodig zal er nog aanvullend onderzoek plaatsvinden naar bijv. de intelligentie.  

Bij kinderen bij wie vermoed wordt dat er sprake is van ernstige dyslexie bestaat de mogelijkheid om via de ziektekostenverzekering in aanmerking te komen voor vergoede diagnostiek en behandeling. Indien ouders dit voor hun kind wensen, verloopt de definitieve vaststelling en het afgeven van een verklaring via dat traject. Daaraan voorafgaand moeten ook deze kinderen het zogenaamde dyslexietraject op school doorlopen hebben.

Dyscalculie

Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen berekenen’. Het is net als dyslexie een andere term voor ernstige en hardnekkige problemen bij het aanleren van rekenvaardigheden, die niet worden veroorzaakt door een gebrek aan intelligentie of te weinig onderwijs.

Dyscalculie is een complexe stoornis. In de eerste jaren van het basisonderwijs worden de basisvaardigheden van het rekenen intensief geoefend met het doel ze te automatiseren. Een leerling weet dan dat 5 plus 4 negen is en stapt moeiteloos over naar 15 plus 4 of 15 plus 14. Hetzelfde geldt voor eenvoudige aftrek-, vermenigvuldig- en deelsommen. Deze vaardigheden zitten opgeslagen in het lange-termijngeheugen en worden daar zonder enige moeite (automatisch) uit naar boven gehaald. Kinderen met dyscalculie slagen er echter niet in zich deze rekenvaardigheden vlot eigen te maken.

Omdat wij ook deze kinderen graag optimaal willen begeleiden volgen wij in het schooljaar 2014-2015 de cursus Ernstige rekenproblemen en Dyscalculie die binnen het samenwerkingsverband georganiseerd wordt. Wij hopen dat ook deze kinderen – net als de kinderen met dyslexie- na het doorlopen van een intensief hulptraject in aanmerking kunnen komen voor een dyscalculieverklaring, waarmee zij bijv. recht hebben op extra toetstijd, het gebruik van kladpapier, een rekenmachine e.d.

Passend Onderwijs

Sinds 1 augustus 2014 is de Wet op Passend Onderwijs van kracht. Dit betekent dat wij per 1 augustus 2014 de zgn. zorgplicht hebben. Dit houdt in dat wij verplicht zijn om alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben een goede onderwijsplek te bieden. Om dit te bewerkstelligen werken wij samen met de reguliere en speciale scholen van cluster 3 en 4 in één groot samenwerkingsverband op ons eiland. Dit samenwerkingsverband zorgt rechtstreeks voor ondersteuning en financiering. De passende plek voor een kind kan op De Bron zijn, maar ook op een andere school die wellicht beter kan inspelen op de ondersteuning die het kind nodig heeft, of op een school voor speciaal onderwijs. De scholen in het samenwerkingsverband hebben hierover afspraken gemaakt. Ook heeft het samenwerkingsverband afspraken gemaakt met de gemeente over de inzet en afstemming met (jeugd)zorg. De ondersteuning of financiering die de school of een kind nodig heeft wordt vanaf 1 augustus 2014 rechtstreeks door het samenwerkingsverband geregeld.

Wanneer ouders hun kind bij de school van hun keuze aanmelden en verwachten dat hun kind extra ondersteuning nodig heeft, dan dienen ze dit meteen aan te geven. Ook als ouders hun kind bij meerdere scholen hebben aangemeld, moeten ze dit bij de aanmelding aangeven. In dat geval krijgt de school van eerste voorkeur de zorgplicht. Dat betekent dat dié school de taak heeft om het kind een passende onderwijsplek te bieden.

Logopedie

Logopedische behandeling moet via uw eigen ziektekostenverzekering plaatsvinden bij een particuliere praktijk. In Oude- Tonge worden er iedere donderdag logopedielessen verzorgd door logopediepraktijk K.Aalbers. Tel. nr. logopediepraktijk: 0187- 483528.

Wij hechten eraan op te merken dat de logopedistes, naast verbetering van de spraak, ook een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de taal-en woordenschatontwikkeling van uw kind.

Huiswerk

Vanaf groep 5 kan het gebeuren dat de kinderen regelmatig wat huiswerk meekrijgen. Meestal gaat het om repetities voor wereldoriëntatie (aardrijkskunde, geschiedenis, natuurkunde), maar regelmatig ook voor taal of rekenen. Zo raken de kinderen van lieverlee gewend aan het leren. Die gewenning levert voordelen op als de overstap naar het voortgezet onderwijs plaatsvindt.

Kinderen die remedial teaching krijgen geven wij soms ook wat werk mee. Het effect van de extra lessen is dan groter.

Rapporten

Tweemaal per jaar – in februari en vlak voor de zomervakantie – krijgen de leerlingen een rapport mee naar huis, waarin de vorderingen en prestaties beschreven zijn. Het gaat om een woord/cijferrapport. Na ieder rapport wordt u uitgenodigd voor een 10-minutengesprek. Omdat de periode tot het eerste rapport erg lang is nodigen wij u ook nog in november uit voor een gesprek met de leerkracht. Het spreekt vanzelf dat wij – wanneer zich tussentijds problemen voordoen – contact met u opnemen.

Het pestprotocol

Pesten komt helaas op iedere school voor, dus ook bij ons. Pestgedrag vind je nu eenmaal bij kinderen van alle leeftijden en in alle bevolkingsgroepen.

Op De Bron maken we allereerst onderscheid tussen pesten en plagen:

Onder pesten verstaan wij het systematisch uitoefenen van en/of een fysieke mishandeling door één

of meerdere individuen op één persoon, die niet in staat is zichzelf te verdedigen. Bij pesten is de macht ongelijk verdeeld. Pesten heeft negatieve gevolgen voor het slachtoffer. Deze kan en “mag” niet voor zichzelf opkomen, noch zich verweren. Doet hij dit wel dan kan dit een reden zijn voor de pester om hem/haar nog harder aan te pakken.

Bij plagen is er sprake van incidenten. Een persoon zegt iets en een ander zegt iets terug en meestal is het dan afgelopen. Vaak is het een kwestie van elkaar voor de gek houden. De machtsverhouding is gelijk. Plagers en geplaagden hebben hierbij gelijke of bijna gelijke macht. Bij plagen loopt de geplaagde geen blijvende of psychische schade op en is hij/zij in staat om zichzelf te verweren. Op school proberen we pesten te helpen voorkomen door een preventieve aanpak. Deze bestaat uit de behandeling van problematische situaties met de leerlingen tijdens de Soemo-lessen, waarna met hen regels worden vastgesteld.

Daarnaast hanteren we op De Bron een pestprotocol. Door het pestprotocol na te leven willen alle betrokkenen op de Bron laten zien dat:

– alle kinderen zich in hun basisschoolperiode veilig mogen voelen, zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen

– we door de regels en afspraken zichtbaar te maken, we het mogelijk maken dat kinderen en volwassenen elkaar aan kunnen spreken op deze regels en afspraken

– we door elkaar te steunen en wederzijds respect te tonen, we alle kinderen in de gelegenheid stellen om met veel plezier naar school te gaan!

 

 

  • Archief